Instanties informeren
Een belangrijke stap na het overlijden van een dierbare is het informeren van diverse instanties. Dit doe je met behulp van een (kopie van de) overlijdensakte die is opgemaakt door de gemeente. De originele akte van overlijden ontvang je van de uitvaartondernemer.
Instanties die bekend zijn met het burgerservicenummer (BSN) van de overledene, waaronder de belastingdienst en het Hoogheemraadschap, worden automatisch geïnformeerd nadat aangifte is gedaan de gemeente. Overige instanties dien je zelf op de hoogte te stellen. Denk hierbij bijvoorbeeld aan:
- De notaris
- De bank van de overledene
- Verzekeringsmaatschappij(en)
- De werkgever en/of uitkeringsinstantie
- De huisbaas (bij huurwoning)
- Nutsbedrijven (gas, elektriciteit, water, kabel)
- Verenigingen en abonnementen
Belastingen
Voor het jaar waarin je partner is overleden, moet je aparte belastingaangiften doen voor jezelf en voor de overledene. Kinderen of andere personen ten laste mogen slechts in een van de twee aangiften worden vermeld. Als nabestaande partner of wettelijk samenwonende partner kun je kiezen tussen:
- Gemeenschappelijke aanslag: de belastingaangiften van jou en de overledene worden samen verwerkt, alsof jullie nog gehuwd zijn.
- Afzonderlijke aanslagen: de belastingaangiften van jou en de overledene worden apart verwerkt, alsof jullie beiden alleenstaand zijn.
Nabestaandenpensioen
As je partner overlijdt heb je mogelijk recht op een nabestaandenpensioen. Dit kan bestaan uit een nabestaandenuitkering of een levensverzekering.
Soorten nabestaandenpensioen:
- Algemene nabestaandenwet (Anw): De Anw biedt onder bepaalde voorwaarden een basisuitkering aan nabestaanden. Iedereen in Nederland is automatisch verzekerd voor de Anw.
- Aanvullend nabestaandenpensioen van de zaak: Werkte de overleden partner in loondienst, dan kan de achterblijvende partner recht hebben op een aanvullend nabestaandenpensioen van het bedrijf, bovenop zijn of haar Anw-uitkering.
- Levensverzekering: Een particuliere levensverzekering kan extra inkomen bieden na het overlijden van een partner.
Voor meer informatie over je aanvullend pensioen of levensverzekering kun je contact opnemen met je pensioenuitvoerder of verzekeraar. Voor informatie over je Anw-uitkering kun je terecht bij de Sociale Verzekeringsbank (SVB).
Wezenuitkering
Kinderen hebben recht op een wezenuitkering als beide ouders zijn overleden, mits de laatst overleden ouder verzekerd was voor de Anw. De uitkering stopt wanneer het kind 16 jaar wordt, maar kan in sommige gevallen worden verlengd.
Verlenging wezenuitkering
Kinderen ouder dan 16, maar jonger dan 21 jaar kunnen onder bepaalde voorwaarden ook een wezenuitkering ontvangen. De exacte voorwaarden hangen af van de leeftijd van het kind. Voor meer informatie over de verlenging kun je terecht bij de Sociale Verzekeringsbank (SVB).
Hoogte en aanvragen wezenuitkering
De hoogte van de wezenuitkering hangt af van de leeftijd van het kind en wordt 2 keer per jaar aangepast. De uitkering is onafhankelijk van andere inkomsten van het kind. De uitkering kan worden aangevraagd bij een kantoor van de SVB. Als een kind minderjarig is, moet de verzorger de aanvraag indienen. Een kind kan ook zelf de aanvraag indienen, maar dan moet de verzorger de aanvraag medeondertekenen.
Wat vind je van deze informatie?
Was deze informatie relevant?
Geef feedback




